Home > Ambtelijke taal
141. Zwartsparen (10-7-2008)

 

Het heeft even geduurd maar de zwartwerker heeft er een taalkundig broertje bij: de zwartspaarder. ĎDe Jager tackelt zwartsparení, zo luidt de kop van een artikel in De Pers. De staatssecretaris van FinanciŽn doet mee aan een Europese jacht op mensen die elders in Europa bij banken geld sparen zonder daar belasting over te betalen.

 

Het gebruik is natuurlijk niet nieuw. Sinds jaar en dag weten we dat mensen zwart geld Ė geld waarover geen belasting is betaald - wegzetten op buitenlandse banken. Een collega die een tijdje bij een Europese instelling in Luxemburg heeft gewerkt, kan smakelijk verhalen over Nederlanders die met een volgepropte plastic zak in het financiŽle kwartier van de gelijknamige hoofdstad voorbijgangers de weg vragen naar de dichtstbijzijnde bank.

 

De term zwartsparen komt ook niet in Van Dale voor, het is echt een taalkundig couveusekindje. Waar de zoekmachine Google de grote broer zwartwerken nog 73.400 hits geeft en zwartwerker met 142.000 hits bijna het dubbele, moet zwartspaarder het met 1.340 treffers doen en zwartsparen zelfs met nog minder: 382 hits, echt weinig voor internet.

 

Zo zie je maar: beleid kan toch mooie nieuwe woorden voortbrengen. Ook al zijn de beleidsmakers zelf zich daar in dit geval nog niet van bewust. De zoekmachine van de website van het ministerie van FinanciŽn loopt vast op de term zwartsparen, de site van de Belastingdienst geeft evenmin thuis. ĎBedoelt u soms zwarte, vraagt de site behulpzaam. Nee, dat bedoel ik niet


Deze website is powered by: Mail de webmaster hier